Recensie

Afval in overdrachtelijke zin

Jan Dietvorst, geplaatst op 20 juni 2018

Afval, ons leven is er vol van. En de Gemeentelijk Stadsreiniging is dagelijks bezig om het op te ruimen, dat wil zeggen er voor te zorgen dat ons afval zo min mogelijk is te zien. Het zit in ondoorzichtige grijze vuilniszakken, in zwarte en groene plastic containers, in verzamelplaatsen onder de grond. Op de een of andere manier is het belangrijk dat het aan het zicht onttrokken wordt, want afval is wanorde, afval is een beeld van gevaarlijke anarchie.

Met foto’s van afval heeft Jos Houweling honderden collages gemaakt, ze zijn gebundeld in zijn boek Afval Stillevens dat onlangs door uitgeverij Voetnoot is gepubliceerd. De rangschikking is typologisch, op kleur, op vorm, op vindplaats. Kapotte gipsplaat bij verroest betonijzer. Afvoerputjes bij ronde wasteilen. Peuken bij bleke kauwgom op straat. Hij gaat de straat op om te fotograferen, de maker is een zekere zin een verzamelaar. In de psychiatrie wordt van verzamelaars gezegd dat ze te weinig moederliefde hebben gehad.

Wie de maker van dit boek is, dat is één kant van de zaak. De andere is welke filosofie of cultuurkritiek hij aan de samenleving wilde opbaren. De maker moet iemand zijn met een speciaal zintuig voor obstructie en mislukking. Een kenmerk van afval is dat iets ‘op’ is, maar vaak ook dat het ‘kapot’ is. Leven = falen, zegt deze profeet. En dat steeds weer opnieuw, de reeksen van beelden zijn eindeloos. Je vraagt je af of de maker wellicht ooit een geloof heeft gehad en daar van afgevallen is.

De atmosfeer van ‘uitverkoop’ die heerst op deze tweehonderd pagina’s ook. Het afgebeelde voedsel oogt verdacht goedkoop, het kinderspeelgoed is tweedehands en zonder uitzondering lelijk. De mensen maken blijkbaar uit gemakzucht bij voorkeur andere dingen na en daar proberen ze dan zo snel mogelijk weer van af te komen. Friedrich Nietzsche noemde mens een ‘wensmachine’. Dit kan doorgaan voor de economische/ecologische lezing van Jos Houwelings Afval Stillevens.

De strijd tegen afval is hopeloos, de maker van dit boek heeft daarom besloten afval als gek en absurd te omarmen. In zijn tableaux ziet hij vaak van zijn zelfgemaakte regels – soort bij soort – af en het resultaat is surrealisme en DADA. Pure burgerschrik zijn zes pagina’s dichtbedrukt met verwensingen: ‘Jij hebt rotzooi in je hoofd en een rattenkarakter’ en ‘ ‘Jij bent lelijker geworden’. Deze pagina’s zijn de laatste in het boek, de auteur voegt daarmee als het ware een maatschappelijke dimensie aan zijn inventaris van afval toe. Als epiloog van dit opwekkende en buitengewone boek is het gescheld enigszins verontrustend. Afval? Zijn wij het zelf?

—————————————
Dit boek is te verkrijgen via deze pagina van uitgeverij Voetnoot.