Recensie

Albert Camus en de bewuste opstand

Door Jeanine Albronda, geplaatst op 15 november 2013

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

In de herfst van 2009 kreeg Amsterdam een kunstwerk van het echtpaar Ilya en Emilia Kabakov. Het werk, getiteld How to meet an Angel, bevindt zich aan de gevel van de sociaal psychiatrische kliniek Mentrum. Bovenaan een ladder die ver boven het gebouw uitstijgt staat een bronskleurige figuur met een rugzak om, met opgeheven armen, alsof hij zich uitstrekt naar een engel. Mentrum deelt de visie van de kunstenaars, dat het beeld niet staat voor een val of sprong terug naar de aarde, maar voor reiken naar het hogere, hoop op verbetering en het streven naar herstel. Ze meldt: “Het feit dat de sculptuur mogelijk een discussie uitlokt over suïcide is wat Mentrum betreft niet negatief, aangezien dit moeilijke onderwerp hierdoor bespreekbaar wordt.”

Hoop, of zelfmoord? Het kunstwerk van de Kabakov’s raakt aan de meest fundamentele vraag van de filosofie, die Albert Camus in 1942 behandelt in zijn essay ‘De Mythe van Sisyphus’. Eist de absurditeit van het leven dat men het door middel van de hoop of de zelfmoord ontvlucht? Zelfmoord is een poging om de absurditeit van het leven, die sterk verbonden is met het besef van sterfelijkheid en onze onvermijdelijke dood, op te lossen. Zelfmoord, stelt Camus, is de aanvaarding van een grens. “De mens onderkent zijn toekomst, zijn enige en vreselijke toekomst en snelt haar tegemoet.” Maar het absurde laat zich niet oplossen en zelfmoord is een uitvlucht, net als hoop, het vaakst gezien in vorm van religie. Religie biedt de hoop dat de wereld niet toevallig en chaotisch is maar gepland en rechtvaardig, met een hiernamaals en een schepper en een doel. Zich bezighouden met hoop is echter de mens zijn zaak niet, stelt Camus: “Zijn zaak is iedere uitvlucht te vermijden.” Het enige filosofische uitgangspunt dat steek houdt in de vraag hoe om te gaan met de absurditeit van het leven, is de opstand. Het absurde weigeren, maar zonder ervoor te vluchten of het te ontkennen, is het waardig. “Het absurde heeft slechts zin in de mate waarin we er niet mee instemmen”.

Absurditieit
“Voor een mens zonder oogkleppen is er geen schoner schouwspel dan het gevecht tussen het verstand en een werkelijkheid die haar te boven gaat.” schrijft Camus. Nederlanders als depressiefste volk van Europa (Volkskrant, 6 november 2013) kennen het conflict tussen het verlangen naar duidelijkheid, naar het begrijpen van de wereld die hopelijk een eenheid is en waarin wij een taak hebben – en de realiteit, de wereld die ons hiertoe geen enkel aanknopingspunt biedt. De ervaring van het absurde is geen gevolg van diepe, intellectuele arbeid, het kan ieder willekeurig mens op iedere willekeurige straathoek overvallen. Mechanisch verrichten we de dagelijkse handelingen totdat we ons afvragen wat we eigenlijk aan het doen zijn. Camus stelt dat de breuk tussen de wereld en onze geest berust op het feit dat we ons ervan bewust zijn.

Albert Camus - 74_lg

Bewustzijn
De positieve kant van het absurde is dat genoemde zekerheden -het feit dat mensen verlangen naar zin en betekenis en het feit dat we die van de wereld niet krijgen- ons vrij maken. Eenenzestig jaar na het verschijnen van dit essay en vijfendertig jaar na zijn eigen absurde dood (door een auto-ongeluk, terwijl hij een treinkaartje had gekocht maar later had besloten met vrienden mee te rijden), nog actueel of misschien wel actueler. In het besef dat het leven geen zin heeft, kunnen we maar een ding doen: hartstochtelijk en intensief leven. De Griekse mythologische figuur Sisyphus kon het. Door de goden veroordeeld (wegens rebellie en het niet serieus nemen van de goden) tot het voor eeuwig omhoog rollen van een steen op een heuvel, volledig bewust van het feit dat de steen altijd vanzelf weer naar beneden rolt, vindt Sisyphus een manier om boven zijn noodlot te staan: het erkennen. Elke keer als Sisyphus naar beneden loopt om de steen opnieuw te halen is hij zich bewust van de onzinnigheid van zijn bestaan en dat moment, van helderheid en inzicht, is tragisch en kwellend maar tegelijkertijd Sisyphus’ overwinning. Hij is sterker dan zijn rots. Zijn grote innerlijke kracht is het enige dat hem meester van zijn lot kan maken, dat van buitenaf is opgelegd en waar hij niets aan kan veranderen. Alles wat telt is de houding die men aanneemt ten opzichte van een situatie. En Camus weet het zeker: Sisyphus is een gelukkig mens.

Absurde helden
Camus behandelt ook andere archetypische absurde mannen die door hun levenshouding meester worden van hun noodlot. De Don Juan, die onstuimig liefheeft zonder hoop op een uiteindelijke ware liefde (“Waarom moet men zelden liefhebben om hevig lief te hebben?”). De acteur, die zoveel mogelijk levens wil leven en de veroveraar, die wil handelen omdat hij weet dat niets eeuwig duurt en geen overwinning oneindig is, en de meest absurde mens: de kunstenaar. De schepper die het leven wil herhalen in materie, geen verklaring of oplossing zoekt voor zijn vragen en verlangens maar wil ondervinden en beschrijven.

Opstand
Het leven overwinnen is niet voorbehouden aan mensen met zulke extreme levensstijlen. Ook bankemployees, tandartsen en politici kunnen absurd leven, zolang ze zich bewust blijven van het nietige en zinloze van hun dagelijkse bestaan en vastberaden volhouden om consistent en met integriteit in het moment te leven. Zelfmoord is geen optie omdat het absurde bestaat uit zowel bewustzijn van de dood, als de afwijzing daarvan. “Leven als ervaring, als noodlot, betekent het geheel en al aanvaarden.” Niet ervan weglopen, niet het accepteren, maar het conflict tussen wat de mens vraagt en de wereld niet geeft, omarmen. Het antwoord op de vraag of het leven zin moet hebben om geleefd te worden is: we moeten ons realiseren dat het leven zonder betekenis is en toch onszelf in leven houden.

Titel: De mythe van Sisyphus (Een essay over het absurde)
Auteur: Albert Camus
Uitgever: Uitgeverij IJzer