Geen categorie

Alle tinten groen en geel

Door Guus Bauer, geplaatst op 30 september 2013

guus_bauer_-_copyright_janus_van_den_eijnden

Het blijft een raadsel waarom zo veel mensen schrijver willen worden. Zelfs nu mijn postbus al hoogbejaard is, wordt hij nog volgestouwd met ‘meeslepend’ werk.

Een zich dichter noemend persoon stuurde brouwsels met een hoog ik-hou-van-jou-en-blijf-je-trouw-gehalte. Het begeleidende briefje was komisch. ‘Alvorens je tot publicatie overgaat, dient het verschuldigde voorschot ad tienduizend euro overgemaakt te zijn op mijn rekening.’ Een boekhandelaar gaf ondoordacht mijn privételefoonnummer aan de wensdichter. ‘Waar blijft m’n geld?’ Schrijven is een levensinstelling, briest de clichédraak dwars door de deur van de lege brandkast heen.

De echte schrijver is inmiddels een zonderling geworden die met een potloodstompje en een opschrijfboekje rondslentert, een bedelaar in het theater van de slechte smaak, waar uitsluitend de wet van de grote getallen geldt. ‘Al een miljoen exemplaren verkocht van literaire erotische thriller!’ Typisten van dergelijke werkjes hebben hun ziel verkocht. Al neemt mevrouw Tinto zich wel voor haar in door te verklaren dat ze ‘eigenlijk helemaal niet kan schrijven’. Dus dit is kennelijk wat het publiek wil, concluderen vele concernuitgevers en proberen het na te apen.

Ze rijden graag mee op boeken die verkooptechnisch zwijnen. ‘Deze roman is Buwalda-like.’ ‘Voor de lezers van Umberto Eco, Harry Potter én Nicci French.’ Ze vergelijken hun nieuwelingen met grote namen. Zo dienden wij al kennis te maken met de erfgenamen van Nabokov, Swift en Kundera. In de sterk verslechterde Nederlandse markt – na Italië en Spanje het Europese land met de sterkst dalende boekenverkoop – vecht iedereen voor een publiciteitsgraantje.

Opportunisten heb je natuurlijk overal. Je zou de hele jaaroogst Opperdoezer aardappelen nodig hebben om de Nederlandse schrijvers de kost te geven, die zo rond de verschijning van hun nieuwe boek uiterst amicaal met je omgaan. Daarna ben je ballast op hun ballonvaart naar atmosferische hoogten, waar jij, gewone laagvlieger, natuurlijk niet welkom bent. Deze scribenten, veelal onder of rond de veertig, beheren niet alleen hun winkeltje. Ze zetten uitsluitend zichzelf, vaak via het net, tot in lengte van dagen in de etalage én in alle schappen. (Denk aan de commercial met zanger Marco Borsato die een muziekwinkel instapt waar alleen cd’s van de rapper Snoop Dogg verkrijgbaar zijn.)

Voor velen is het boek niet meer dan een stuk handelswaar, waarbij het van belang is of de auteur ‘marketable’ is. Met andere woorden: het liefst een leuk snoetje met een waar gebeurd verhaal. Iemand die lekker bekt dus. Er worden steeds meer ideeënboekjes uitgegeven. Het theater rond het boek behoort toe aan de marketeers. Die weten dondersgoed dat mensen graag aapjes kijken. Boekenkruideniers zien de auteur, en de interviewer al helemaal, als een lastig neveneffect van het product, dat toch handig kan worden ingezet als goedkope, tijdelijke arbeidskracht. De gemiddelde lezer laat zich graag leiden door deze ‘vakmensen’. Bekende Namen worden bekender. Een veilige keuze. De stapels in de boekenhuizen worden hoger en smaller. De diversiteit, een van de basiseigenschappen van de literatuur, verdwijnt hand in hand met de verslechtering van het onderwijs en de vervlakking op cultureel gebied. Er zijn natuurlijk nog steeds bevlogen boekhandelaars. Zij houden, liefdewerk oud papier, de klassieken aan in hun schappen, investeren in een kast met poëzie of geven een zelfstandige deurslenteraar nog eens een kans.

Mijn tijd zal het wel duren. Misschien reïncarneren we wel. In dat geval heb ik al die duizenden boeken niet voor niets gelezen. Tenzij je natuurlijk terugkomt als slak, op een bordje met vijf kompanen in veel te veel kruidenboter. Dan liever nog als oester, bedorven wel te verstaan, op een of ander brallerig boekenfeestje.

De zelfstandige, onafhankelijke uitgever heeft de toekomst!

Guus Bauer is uitgever, schrijver en interviewer.