Recensie

Alles valt uiteindelijk mee

Door Hans Frederiks, geplaatst op 31 mei 2017


Veertig jaar geleden verscheen de 1ste editie van Lay In, Lay Out het typografische pamflet van ontwerper Piet Schreuders. De reacties toen waren bijna zonder uitzondering negatief. Huib van Krimpen, een in die tijd bekende ontwerper en auteur van Boek over het maken van boeken, vond het pamflet ‘een woekering, een wildgroei, ingegeven door een warhoofdige denkwijze en gerealiseerd geheel ongehinderd door enig inzicht in de functie van typografie of haar mogelijkheden en beperkingen’. Gerrit Noordzij, een andere bekende ontwerper, vond dat Schreuders ‘zwetste als een kip zonder kop’, een ander vond hem een vormgevende dorpsgek.

Boer Koekoek
Nu, bij de derde editie, die onlangs gepresenteerd werd in Pakhuis de Zwijger, is alles anders voor Schreuders. Hij is zelf een bekende ontwerper geworden, verzorgde jarenlang de vormgeving van de VPRO-gids en ging rustig door met de Poezenkrant, Furore en andere eigen projecten. Hij is nu niet meer de Boer Koekoek van de vormgeving, zoals iemand hem ooit noemde. Voor de 2de editie van Lay In, Lay Out uit 1997 kreeg hij zelfs de H.N. Werkmanprijs. Wat maakte het pamflet in 1977 dan toch zo controversieel? Waarom waren de reacties van de ‘traditionele’ vormgevers zo heftig? Misschien omdat Schreuders die ontwerpers – vooral Wim Crouwel en consorten en kunstenaarsvormgevers als Anthon Beeke – niet serieus nam. Omdat hij het had over mooi en lelijk, zonder veel getheoretiseer en grote woorden…

Als ik het pamflet nu herlees, lees ik nog steeds zinvolle observaties als ‘Vormgeving mag origineel zijn, zolang die de lezers niet afschrikt’ of, over slechte vormgeving, ‘de lezer kijkt slechts naar de vorm en slaat de prachtige teksten over’. In de inleiding schrijft Schreuders over het oorspronkelijke pamflet: ‘Het is weinig meer dan een een kleine verzameling lichtzinnig bij elkaar geharkte losse opmerkingen. Maar anderzijds is het ook een uiting van oprecht enthousiasme voor Het Vak en zeker niet zo in-en in-slecht en schandalig als sommige critici indertijd staande hielden’.

Gill
Deze editie van Lay In, Lay Out is uitgebreid met informatie over de ontstaansgeschiedenis, de productie en de ontvangst van de eerste versie van Lay In, Lay Out. Het oorspronkelijke pamflet staat centraal in deze editie en is extra toegelicht aan de hand van noten. In het oorspronkelijke pamflet schrijft Schreuders bijvoorbeeld enthousiast over de letter Gill. In de noten merkt hij op dat die Gill nu helemaal niet meer zo bijzonder is, iedereen gebruikt hem, van Berlijn tot Tokio. In 1977 was de Gill wél bijzonder en moeilijk verkrijgbaar. Het zijn dit soort noten die deze uitgave extra interessant maken. Het ‘vak’ is ook totaal veranderd qua technische mogelijkheden. Geen knippen en plakken meer, geen ratelmesjes, geen tubes Simson solutie. En had je in die tijd slechts een heel beperkte keuze aan letterfonts, nu kom je om in de mooie en lelijke fonts.

Huib van Krimpen kwam vlak voor zijn dood nog terug op zijn eerdere opmerkingen over Lay In, Lay Out: ‘Ik begrijp niet waarom we ons toen allemaal zo kwaad over hebben gemaakt. Je had gewoon gelijk.’ En zo is het. Of zoals Schreuders zelf aan het eind van de presentatie van het boek in Pakhuis de Zwijger opmerkte: ‘Alles valt uiteindelijk mee…’

Lay In Lay Out; Definitieve volkseditie van Piet Schreuders is verschenen bij Uitgeverij De Buitenkant.