Recensie

Apologeet van de strip

Door Jan Dietvorst, geplaatst op 30 september 2013

pollmann-strips-2011

Bij een van de tekeningen in zijn dagboek verzucht de Amerikaanse kunstenaar Robert Crumb in een er naast geschreven commentaar: ‘But Breughel it ain’t!’ 

Omdat hij als striptekenaar in de hiërarchie van de kunsten vanzelfsprekend bij ‘laag’ wordt ingedeeld, beseffen slechts weinigen hoeveel er voor de beoefenaren van het genre op het spel staat. Hun zelfgezochte verwantschap met Pieter Breugel dus. Maar ook die met Dürer, Giotto, Gustave Flaubert en met Jonathan Swift, William Hogarth en Hokusai. Joost Pollmann, organisator van de Haarlemse Stripdagen en recensent van De Volkrant, schreef het fraaie door De Buitenkant uitgegeven boek Letterlijk & Figuurlijk waarin hij voor de zoveelste keer met dit lage imago van de stripcultuur afrekent. In het voorwoord schrijft hij: ‘Ik heb vaker dan mij lief is meegemaakt dat ik in een gesprek was met kunstliefhebbers en vervolgens een pijnlijke stilte teweegbracht door te onthullen waar ik mij beroepshalve mee bezighoudt: strips! Dorothy Parker bekende in 1943 dat ze al vele jaren van strips hield, met ongeveer dezelfde hoeveelheid trots als iemand die zegt: ‘Ik heb de afgelopen vijfentwintig jaren cocaïne in mijn arm gespoten.’

Pollmann werpt zich op als apologeet van de strip. Je kunt je in dat verband afvragen wat erkenning als hoge kunst de strip zal opleveren. De eerste gedachte bij lezing van het boek is dat zijn pleidooi een vorm van ‘statusangst’ is. Met vernuft en venijn fileert Pollmann om te beginnen een aantal commentaren op de strip door vertegenwoordigers van de media- en kunstwereld. Maar gaandeweg verdwijnt in de tekst die expliciete  strijdbaarheid en betoogt hij als oprechte liefhebber dat de strip iets anders is dan verdunde kunst of aangelengde literatuur. Zijn kennis van het genre is indrukwekkend, maar belangrijker nog is zijn vermogen de strip op een vanzelfsprekende manier in verband te brengen met de Europese cultuurgeschiedenis en broederkunsten als cinema, beeldende kunst, theater en literatuur. Maar met zijn analyse van specifieke door tekenaars bedachte scenario’s en beeldende oplossingen is Letterlijk & Figuurlijk misschien op de eerste plaats vooral een opleiding in ‘beeldlezen’. Belangrijk is bijvoorbeeld de vraag naar ‘wat werkt en wat niet’. In het laatste hoofdstuk ‘Kitsch in Auschwitz / over een nadeel van strips’ analyseert hij de (on)mogelijkheden in de omgang met het grootste onderwerp in de Westerse geschiedenis van de vorige eeuw; in zekere zin dus het samengaan van ‘ … het zogenaamd lichtzinnige van de strip en het allerzwartste van de geschiedenis.’ ‘ The art is incredible’, schrijft Greg McElhatton over het stripboek Auschwitz van Pascal Croci, waar Joost Pollmann dan tegenover zet dat Croci’s esthetisering van het geweld pijnlijk veel op zijn strip van de fictieve figuur Dracula lijkt. Een striptekenaar kent met andere woorden dezelfde dilemma’s als de romanschrijver, de filmregisseur en de beeldend kunstenaar. Pollmann laat er in zijn aanstekelijke boek geen twijfel over bestaan dat Robert Crumb inderdaad onze Pieter Breughel is.

Titel: Letterlijk & Figuurlijk
Auteur: Joost Pollmann
Uitgever: De Buitenkant