Nieuwe uitgave

De kunst van het vallen

Door Peter van den Broek, geplaatst op 4 augustus 2015

Let go Bas jan ader cover
Zomer 1959. Op de Amsterdamse Kunstnijverheidsschool presenteert Bas Jan Ader (1942-1975) zijn eindejaarswerkstuk: twee op elkaar gelijmde bakstenen. Helaas, op het cruciale moment laat de lijm los. De onderste steen valt met een smak op de witte tafel. De lerares textiel kan nog net haar handen versierd met zelfgebakken keramieke ringen terugtrekken. Bas Jan wordt niet bevorderd naar het tweede leerjaar en moet van school. Zijn vriend Ger van Elk heeft meer geluk. Hij toont drie rondo’s, een soort gevulde koeken. ‘Het is een sculptuur, maar het is ook nuttig, want je kan het eten’, verklaart hij. Van Elk kan door naar leerjaar twee.

Eerder was Bas Jan wegens spijbelen van het Winschoter gymnasium gestuurd. Ook op het internaat in Doorn moest hij vertrekken. Zijn moeder, die niet veel aandacht voor hem had, hem in feite verwaarloosde, bracht hem meer dan eens bij familie of buren onder, omdat zij het voortdurende geruzie van Bas Jan met zijn broertje niet aankon. Daarbij kwam de rouw om haar man, een avontuurlijke dominee die in 1944 door de Duitsers in een bos werd gefusilleerd. In haar dagboek probeert ze het moment van heengaan van haar man te bezweren met de zin: ‘de bomen staan als pilaren in een kathedraal.’ Bas Jan moet het gelezen hebben want jaren later fluistert hij deze zin liggend in een bos terwijl zijn vriendin deze performance fotografeert.

Op voorspraak van zijn moeder kan Bas Jan in het kader van een studentenuitwisselings-project voor een jaar naar een kunstopleiding in de Verenigde Staten. Daar keert het tij en heeft hij succes met zijn tekenwerk, groot succes. Een docent bezorgt hem een solotentoonstelling. Later ontwikkelt hij zich tot een performancekunstenaar die nu, veertig jaar na zijn dood, nog niet in de vergetelheid is geraakt.

In de Verenigde Staten studeert Bas Jan ook filosofie en raakt hij in de ban van Hegel en Wittgenstein. Zijn werk wordt daardoor beïnvloed, wat niet met zich meebrengt dat hij uitvoerige beschouwingen houdt over zijn werk. Hij houdt het vooral op oneliners. Tegen S. Oxenaar, directeur van kunstmanifestatie Sonsbeek, licht hij zijn project ‘Vallen’* met slechts één zin toe: ‘Het lichaam van de kunstenaar als zwaartekracht maakt zich tot meester van zichzelf.’ Een discussiemiddag op Sonsbeek vermijdt hij omdat hij verwacht dat de dood van zijn vader toch wel weer als de uitleg zal worden aangevoerd. Hij vertrekt met zijn vriendin in zijn lichtblauwe Mercedes naar Zeeland.

Bas jan ader fall 1 Los Angeles
Fall 1, Los Angeles 1970

Eenmaal liet hij zich verleiden tot een uitvoeriger commentaar, namelijk in een interview met Betty van Garrel in HP. Hij stelt dan dat uitsluitend verwijzen naar gebeurtenissen uit zijn leven met betrekking tot zijn oeuvre veel te anekdotisch is. ‘Alles is tragisch, omdat de mens altijd zijn controle verliest over processen, over de materie, over zijn eigen gevoelens. Dat is een veel universeler tragiek en die kun je niet visualiseren vanuit de anekdote.’ Achteraf heeft hij spijt van het interview, omdat hij het erg slecht vindt.

Al vanaf zijn school jaren is Bas Jan een enthousiast zeiler. Met de beeldend kunstenaar William Leavitt zeilt hij vanaf Marokko naar de Verenigde Staten. De natuur is steeds belangrijk voor hem geweest. ‘Ik moet me vereenzelvigen met datgene wat om mij heen is, één worden met de wolken en de rotsen, om zo te kunnen zijn wie ik ben. Ik heb het nodig om alleen te zijn, om zo te communiceren met de natuur.’

In 1973 krijgt Bas Jan een auto-ongeluk waarbij zijn medepassagier om het leven komt. Zijn vrouw Mary Sue treft een cynische en in zichzelf gekeerde man, die vervreemd is van zijn vrienden, vrienden die zijn kunstzinnig geïnspireerde beursspeculatie-avonturen niet begrijpen. Het is hem erom te doen het proces van speculeren inzichtelijk te maken. De beeldend kunstenaar Dennis Oppenheim hield zich hier in 1968 ook mee bezig, hij maakte in het Whitney Museum in New York de tentoonstelling Stock Exchange.

Ader is net als zijn vader een ondernemend en een avontuurlijk persoon, maar ook een nuchtere Groninger en zeker niet roekeloos. Al zijn projecten worden terdege voorbereid. Hij valt niet zomaar van een dak. Dat hij bij die val (Fall 1, Los Angeles, 1970) een enkel verstuikte, deed voor hem enige afbreuk aan het project. De vraag hoe het mogelijk is dat hij de hem fataal geworden oversteek – in search of the miraculous – vanaf Stage Harbour in Chattham, Massachusetts ondernam, blijft een raadsel. Met veel nadruk werd hij er op gewezen dat Ocean Wave, de zeer kleine polyester boot van het type Guppy 13, ongeschikt was voor die tocht naar Europa. Van Ocean Wave werd maanden later alleen het roer terug gevonden. Je kunt je afvragen of hij onder de gegeven omstandigheden nog wel voldoende kritisch was. Of hij wellicht wat onverschillig geworden was als gevolg van de impact van het auto-ongeval.

bas_jan_ader Fall 2 Amsterdam
Fall 2, Amsterdam 1970

LET GO / Bas Jan Ader, een biografiek van Marion van Wijk uitgegeven door Lecturis informeert daar niet over. Tragisch was zijn einde op drieendertigjarige leeftijd in ieder geval wel. Dat van zijn vader trouwens ook.

LET GO is een vlot geschreven verhaal over leven en werk van Bas Jan Ader. De auteur, voormalig theatermaker en actrice Marion van Wijk, deed uitvoerig onderzoek. Zij hanteert een uitermate beeldende verteltrant. Het boek laat zich daardoor lezen als een roman. Eigenlijk is het ook een roman, maar dan wel in zijn geheel gebaseerd op non fictie. Een boek dat ook lezers die het werk van Bas Jan Ader niet kennen zal kunnen boeien. Een bijzondere aanvulling vormen de vele tekeningen van haar hand naar voorbeeld van foto’s uit het leven van Bas Jan Ader, Vandaar de aanduiding ‘biografiek’ in de ondertitel.

Fall 1, Los Angeles 1970. Fall 2, Amsterdam 1970.