Recensie

De mystieke sjimpansee

Door Marinus Elling, geplaatst op 10 september 2013

ziek van de zee

Voor wie Paul van Ostaijen kent als dichter van charmante nietsigheidjes als de vaas met de bloem ploem ploem en Hindericks en Windericks de beroemde hoedenmakers enerzijds, anderzijds van de wat drammerig aandoende manifesten als BOEM Paukenslag, is het een niet geringe verrassing hem gepresenteerd te zien als mysticus. Maar vooruit!

Jan Oegema is er al eerder in geslaagd Lucebert als mysticus voor te stellen, intrigerend en overtuigend. Nu is het zo dat Lucebert zelfs de bloemleeslezer mystieke diepten suggereert:

Ware ik een mens geweest
gelijk aan menigte mensen…

Paulinische echo’s. Om Van Ostaijen-mysticus te ontdekken moet je je buiten de
bloemlezing begeven. Dat is alvast één heilzaam effekt van Oegema’s boekje, de
ontdekking van een andere Van Ostaijen.

In zijn poging Van Ostaijen in de mystieke traditie in te lijven roept Oegema, onder veel meer, vooral twee figuren op, twee mystiekers uit de verre middeleeuwen: Hadewijch en Eckhard. Zo op het eerste gezicht hebben die twee weinig gemeen: de ‘wilde’ non Hadewijch met haar uitzinnige poëzie en de professor in de theologie en top-manager van zijn kloosterorde Meester Eckhard, die zijn mystieke inzichten in filosofisch-theologisch-exegetische prozatraktaten vervat. Oegema kent zijn Eckhard – hij schreef eerder een
reeks artikelen over hem in Trouw – , vat diens leer pregnant samen en zet de diepste tegenstelling tussen Hadewijch en Eckhart uiteen, een tegenstelling die Van Ostaijen lijkt te ontgaan. Hadewijch streeft aktief naar het opgaan in God, door een hartstochtelijke cultivering van ‘de minne’; Eckhard verwerpt alle streven en corrigeert zelfs Paulus door niet de liefde als hoogste deugd te prijzen maar de Abgeschiedenheit, het totaal leeg maken van de ziel, want God, die geen leegte kan velen, moet haar dan wel komen vullen. Hadewijch is door de Kerk nooit veroordeeld; Eckhard wel.

Zolang Paul van Ostayen streeft naar de ‘hoogvlakten van het licht’ heeft hij de steun van de machtige traditie van de katholieke kerk, haar liturgie en haar dichters, bijvoorbeeld zijn landgenoot Guido Gezelle:

Ik ben een blomme
en bloeie voor uwe oogen,
geweldig zonnelicht …

Maar Van Ostaijen is, als ‘laatste katholiek’ , niet katholiek genoeg meer om het op die hoogvlakten uit te houden en hij begeeft zich onzeker op weg naar iets als de Eckhardse ontlediging, een mystiek die niet mag streven naar mystiek, ‘grensmystiek’. Bloot zijn.
Jan Oegema volgt Van Ostaijen op vele zwerftochten die geen van alle naar een
bevredigend doel voeren. Allicht want

Geen kent het S.O.S.-gesein geenzijds der zinnekim…

Niettemin zijn de wegen boeiend. Kafka komen wij tegen, Dostojevski, Tolstoi, Bloy, Pessoa, Confucius, Kertész. Een lees- of herleesprogramma voor jaren.
Wat is Oegema’s conclusie? ‘ Wij zullen Van Ostaijen in verwarring moeten
achterlaten, er zit weinig anders op.’
Nee, maar misschien weten wij nu beter waarom de sjimpansee, die in het gedicht Berceuse Presque Negre ziek van de zee is, niet meedoet.

Titel: Ziek van de zee / Paul van Ostaijen en de mystiek
Auteur: Jan Oegema
Uitgever: Huis Clos