Recensie

Dichter aan de Somme en in Passchendale

Door Jan Dietvorst, geplaatst op 18 mei 2014

Sassoon cover
Siegfried Sassoon voltooide zijn Memoirs of a Infantry Officer / Sherston’s Progress pas in 1936, achttien jaar had hij nodig om zijn in de loopgraven van de Eerste Wereldoorlog gemaakte aantekeningen om te vormen tot een verhaal dat waarachtig was.

Een feitelijke weergave van de verwoestende gebeurtenissen aan het front schoot tekort, zonder de een of andere vorm van stilering was de ervaring niet over te brengen. Het lijkt alsof het menselijk bewustzijn dat vermogen tot objectivering – als was het een neurologische reactie – automatisch oproept. Oorlogservaring vraagt om weerwoord. Paul Fussell schrijft in zijn magistrale The Great War and Modern Memory dat er voor de onverwachte massaliteit en vernietiging van mens en materiaal tijdens Wereldoorlog I zelfs een nieuwe manier van uitdrukken uitgevonden moest worden.

Sassoon behoorde als kind en jonge man tot de upperclass op het Engelse platteland. Met veel gevoel voor detail beschrijft hij in het eerste deel van zijn memoires zijn bezetenheid van golf, cricket en de jacht op vossen, tussen de sportieve opwinding door zijn er theevisites en gesprekken aan het tuinhek met dominees en kolonels in ruste. Voordat hij dienst in het Britse vrijwilligersleger neemt lijkt zijn leven een pastorale idylle waarin te midden van de opeenvolging van feestdagen en seizoenen uiterlijk en innerlijk vrijwel niets gebeurt. Het is vreemd om te beseffen dat de schrijver van deze memoires op het moment van publicatie nog niet eens van middelbare leeftijd was. Zijn beschouwelijke aard heeft wellicht iets met de zeeën van tijd van het comfortabele countrylife te maken. Sassoon hield van literatuur en vooral van poëzie, daar zal zijn vaardigheid in objectivering en zijn neiging tot reflectie vooral mee te maken hebben.

De lectuur over de Eerste Wereldoorlog wordt gedomineerd door Engelse schrijvers. In het genre van de literaire memoires is er in Duisland alleen Ernst Jünger en in Frankrijk zelfs helemaal niemand. Nominaal behoorde Frankrijk weliswaar tot de winnaars maar uit de Franse omgang met La Grande Guerre spreekt vooral onvermogen; voor de gebruikelijke reflex van glorie & triomf was geen alternatief beschikbaar. Hun lieux de memoires – begraafplaatsen, monumenten en ruines – maken in tegenstelling tot de Engelse een verwaarloosde en onaanzienlijk indruk. Alleen de Engelsen waren in staat om hun herinneringen en oorlogservaringen te plaatsen in een eeuwenlange culturele traditie, typisch voor een natie waarin ook de liefde voor het koningshuis door alle sociale klassen gaat. Zo was er al tijdens de oorlog een commissie die zich met het karakter van de begraafplaatsen en het ontwerp van monumenten bezighield. Wat betreft literaire en levensbeschouwelijke meesterwerken zijn het naast dichter Wilfred Owen vooral Robert Graves, Edmund Blunden en Siegfried Sassoon die het existentiële besef van de soldaat in de loopgraaf hebben weten over te brengen en daarmee voor de toekomst hebben weten te behouden.

Sassoon schrijft relatief weinig over modder, geweld en het lawaai van inkomende granaten. Hij schrijft ook niet over doodsangst, verwarring en dode paarden. Het treft hem dat de leeuwerik in het verwoeste niemandsland tussen de beschietingen door zijn zang blijft laten horen. Tekenend voor zijn onthechte aanwezigheid is dat deze officier van de Royal Welch Fusilliers na een roekeloze eenmansactie in een net veroverde loopgraaf in een dichtbundel gaat zitten lezen; tactisch gezien onvergeeflijk en waarschijnlijk zelfs een vorm van regelrechte insubordinatie. Het is blijkbaar zaak om niet alleen heel maar ook geestelijk gezond te blijven. Wat een geluk dat de schrijver van deze poëtische maar evengoed exact aandoende herinneringen The Great War heeft meegemaakt en deze overleefd heeft.

Siegfried Sassoon

De moed van deze dichter/soldaat was vooral woede. Zowel zijn militaire onderscheidingen als zijn in 1917 openbaar gemaakte anti-oorlogsmanifest Finished with the War: A Soldier’s Declaration komen uit die bron. Sassoon kon door invloedrijke relaties de krijgsraad voor deze subversie ontlopen en werd zelfs dienst aan het thuisfront aangeboden maar hij besloot – woedend om de dood van soldaten en het moedwillige onbegrip van non-combattanten in Engeland – naar de slachting in Frankrijk terug te gaan.

Na de publicatie van zijn Memoirs kwam hij in 1945 in Siegfried’s Journey 1916-1920 nog een keer op zijn leven terug. Onmiskenbaar is dit dezelfde man maar de lezer mist het personage dat hij eerder van zichzelf had gemaakt. De Siegfried van de Journey is een zelfbewust individu, de schrijver van de Memoirs is een intelligente en sensitieve geestverwant.

Memoires van een infanterieofficier, Uitgeverij IJzer, 2003
Memoires van een man die op vossen jaagde, Uitgeverij IJzer , 2002
Siegfried’s Journey, Faber & Faber, 1945