Recensie

J.H.F.Grönloh en Nescio, de schrijver

Philipine van Hee, geplaatst op 27 september 2016

nescio

‘Hij had heel vroeg met zijn heldere taal een ballon van opgeblazen literatuur leeg laten lopen en zou daardoor een grote invloed hebben op het Nederlandse proza dat pas lang na zijn eerste publicatie geschreven zou worden.’ Aan het woord is Cees Nootenboom over de receptie van Nescio in het boek De man die iets miste van Rob Bindels, uitgegeven als nr 62 in de essayreeks van uitgeverij Huis Clos.

In 1918 verscheen Nescio’s bundel Dichtertje, De Uitvreter, Titaantjes, de schrijver was 36 jaar, getrouwd met een meisje van de Gemengde Zangvereniging Sweelink en werkzaam op het kantoor van de Holland Bombay Trading Company die deed in textiel. In zijn debuut kijkt hij zowel ironisch als met mededogen terug op de verrichtingen van een groep jongemannen met artistieke en anti-kleinburgerlijke ambities. Rob Bindels maakt duidelijk dat het J.H.F.Grönloh zelf is, iets dat elke lezer van dit werk – het boek is 42 keer herdrukt – al had vermoed. De levensfeiten worden door Rob Bindels op een aantrekkelijke manier met de fictie verbonden, zijn boek is dun, net als de omvang van het oeuvre van de door hem bewonderde schrijver, maar dat zegt niets over het belang van het onderwerp. Dat is namelijk het onvervulde van elk mensenleven en de ingrediënten waarmee elke tobber het moet doen. J.H.F.Grönloh heeft dat gevoel op een manier die tijdloos is voor velen herkenbaar opgeschreven.

Het is opmerkelijk dat Nescio dat gedroomde bestaan eens in het echt heeft proberen te realiseren. Net als Frederik van Eeden stichtte hij met een stel vrienden op een in eigendom geworven stuk Gooise grond een gemeenschap. ‘ De kolonie’ gaat failliet: ‘ de oogstopbrengst van hun kapucijners, bonen, erwten, rogge en aardappelen was 24 gulden en 27 en een halve cent.’  Bindels merkt terloops op dat Frederik van Eeden model stond voor ‘de man die de Amsterdamse Sarphatistraat de mooiste van Europa vond’.

Grönlohs relativerende commentaar op Nescio’s faam komt regelmatig in De man die iets miste terug. ‘ Ik wou niet graag dat de wereldveroveraars van vandaag dit lazen. Ze zouden er maar hoogmoedig van worden. Als je 18 of 20 jaar bent dan denk je dat ’t jou zo niet zal vergaan. Wereldveroveraars! In plaats van ons kwam Hitler. Gelooft er nog iemand aan ons soort wereldveroveraars, die tegen het hek van het Oosterpark leunden? Moet ik nou zo blijven doorzeuren?’ Dit is het laatste dat hij ziek te bed 5 jaar voor zijn dood opschrijft.

Neerlandicus Rob Bindels (1946) was werkzaam als docent en redacteur. Hij publiceerde al eerder over Nescio, die hij als scholier ontdekte en als student ijverig bestudeerde. Deze goedgeschreven schets is wat mij betreft de opmaat tot de biografie van een Nederlandse auteur die groot schreef over wat klein lijkt.

RobBIndel, De man die iets miste. Uitgeverij Huis Clos, vormgeving Piet Gerards