Recensie

Paul Valéry Cahiers

Door Nico de Louw, geplaatst op 6 december 2017


Direct onder de titel staat vermeld dat Jan Fontijn de vertaler is èn de inleiding voor zijn rekening nam. De lezer krijgt  in die inleiding, die tevens een verantwoording is,  te verstaan dat ‘Cahiers’ een indrukwekkende reeks “scherpe observaties , speelse opmerkingen en puntige formuleringen bevat die van een grote eruditie en analytisch vermogen getuigen”.

Valéry noteerde vanaf zijn 23e  grotendeels in de eerste helft van de 20e eeuw zo’n 50 jaar lang lang tussen 5 en 8 uur ’s ochtends àlles wat hem inviel over de volle breedte van het levensterrein.  Fontijn koos daarbinnen voor  de pennenvruchten van de auteur inzake de poëzie, de literatuur en het gevoelsleven als  slotakkoord.

De lezer kan in dit werk kennis nemen van de ’biografie van Valéry’s geestesleven’. Hij kan  als het ware in de vroege ochtend naast Valéry plaatsnemen en mee lezen wat deze zoal over de bovengenoemde  onderwerpen te berde brengt en er zijn eigen gedachten mee  vergelijken of tegenover te stellen dan wel  nieuwe inzichten winnen. Aangaande de poëzie worden niet alleen algemene opmerkingen gemaakt over ‘de dichtkunst’. Zijns inziens  gewenste of verfoeide aanpak met bijbehorende  mooie of foute regels komen ruim aan bod. Zeer zeker  passeren óók de relevante Franse dichters uit de 19e en 20e eeuw veelvuldig de revue. Mallarmé, Rimbaud, Baudelaire en de ‘reus ‘ Hugo. Valéry steekt zijn gevoelens van respect en afkeuring voor deze niet onder stoelen of banken, maar nooit zonder zijn argumenten. De liefhebbers kunnen hun hart ophalen aan  ‘Cahiers’ waar het de poëzie aangaat.

Op een vergelijkbare wijze wordt de literatuur onder de loep genomen. Hij behandelt net als in het voorgaande stromingen in dit geval bijvoorbeeld s  realisme, symbolisme, romantiek, maar gaat de persoonlijke appreciatie en typeringen bepaald niet uit de weg.

Wat is wezenlijk en wat de uiterlijke vertoning, waarheid en onwaarachtigheid?  Aan dat laatste bezondigen zich velen in zijn ogen, maar dat komt misschien ook doordat Valéry zoals hij zelf verklaart niet van fictie houdt.  Stendhal en Goethe worden in hun tijd en in relatie met het grote publiek geplaatst, voor Flaubert kon de opsteller geen goede woorden vinden.  Molière niet van talent ontbloot, had een wat verhevener ambitie mogen hebben dan de ordinaire onderbuikgevoelens te behagen.  Van Edgar Alan Poe is hij duidelijk gecharmeerd vanwege diens originaliteit. Slaat Shakespeare lager aan dan je zou verwachten vanwege diens  effectbejag. Tipt dan weer -onbedoeld-  de lezer  de alhier weinig gelezen Restif de la Bretonne eens tot zich te nemen.

Wat voor mens was Valéry  eigenlijk en geeft de blik in zijn gevoelsleven een antwoord ? Dat kun je niet zeggen. Maar wel dat je als lezer jezelf tekort voelt schieten inzake de introspectie. Valéry vraagt zich veel af omtrent zijn gevoelens en de relatie met zijn gedachten. Omdat deze per definitie in wisselwerking staan met wat er uit de sociale omgeving  op je afkomt, zijn  gevoelens nooit vast en blijven ze daardoor in essentie vaag.

Het boekje is een must voor dàt publiek dat zich ‘op metaniveau ‘met poëzie en literatuur bezig houdt, juist omdat de Franse invloed zich onmiskenbaar over heel Europa heeft uitgestrekt in de door Valéry behandelde periode 1840-1945. Een Indrukwekkend notenapparaat stelt de vertaler aan die lezers ten dienste om achtergronden te verduidelijken. Meer over Valéry is eenvoudig te lezen in de aan hem gewijde Wikipedia.

Uitgeverij De Buitenkant Amsterdam.