Recensie

Springvloed

Door Jan Dietvorst, geplaatst op 26 mei 2017


Uit de omvangrijke collectie van het Fotomuseum in Rotterdam stelde Willem van Zoetendaal de tentoonstelling Springvloed samen. Bij de tentoonstelling maakte samensteller, vormgever en uitgever Van Zoetendaal ook een aantrekkelijk boek. Wat opvalt in de uitgave is het grote aantal zwart wit foto’s dat hij uit de collectie gekozen heeft. Bij archieven denk je aan vroeger en de geschiedenis van de fotografie is voor een groot deel in zwart wit. Ook hedendaagse fotografen zijn soms op zoek naar het patina dat de tijd geheel gratis aan foto’s geeft.

Fotografen als Otto Snoek, Esther Kroon, Holger Niehaus en Céline van Baalen lijken zich met hun zwart wit opnamen als het ware bewust tussen canonieke fotografen als Schuitema, Oorthuys, Citroen en Kees Hana te hebben verstopt. Wellicht juister is de vaststelling dat Van Zoetendaal met zijn selectie de continuïteit in het Nederlandse fotografische corpus belicht. In zijn nawoord schrijft hij: “Om de enorme hoeveelheid foto’s en negatieven van het Nederlands Fotomuseum te lijf te gaan, heb ik ervoor gekozen om bepaalde onderwerpen zoals mannen, gebouwen, steden, machines –masculiniteit – links te laten liggen en me te beperken tot vrouwenportretten, interieur en natuurstillevens.”

Naast onderwerpkeuze was een ander belangrijk criterium bij zijn presentatie het gebruik van afdrukken van het complete negatief. Op het omslag staat een portret van Wilma (foto Paul Citroen), de echtgenote van schilder Carel Willink, die nota bene zelf een wit vel achter haar hoofd vasthoudt om haar profiel – het doel van deze opname – beter te doen laten uitkomen. Zonder de blik van Van Zoetendaal zou deze meta- informatie verloren gaan, de fotografie zou er in zijn optiek armer, dat wil zeggen objectief en in zekere zin onmenselijk door worden. Het is een speciale interesse in de rol van het toeval en de omstandigheden waarin foto’s worden gemaakt.

De vraag is natuurlijk wat zijn selectie nog meer is dan categoraal en integraal, van rand tot rand. In veel foto’s uit zijn selectie speelt de kleur wit een belangrijke rol, met als apotheose Paul Schuitema’s foto van een glas melk; in feite een onaanzienlijk onderwerp dat gezien door de fotograaf groot en groots geworden is. Naast eenvoudige en huiselijke onderwerpen heeft Van Zoetendaal een zintuig voor textuur: van textiel, bont, hout, haar, wortels van planten en stenen voorwerpen. Hij kijkt als het ware naar foto’s alsof het een tactiele bezigheid is.

Op zijn selectie is een uitspraak van Susan Sontag in het bijzonder van toepassing. Zij scheef in 1973 in haar nog steeds toonaangevende boek Over Fotografie:’ De fotografie is een melancholieke kunstvorm, een kunst van de schemering. De meeste gefotografeerde onderwerpen zijn beladen met pathos, louter en alleen op grond van het feit dat ze gefotografeerd werden.’

Van de mij onbekende Paul Steenhuizen (1870 – 1940) die een zekere bekendheid had als ‘vogelfotograaf’ zijn twee foto’s in het boek opgenomen. HIj was in Artis werkzaam als taxidermist en fotografeerde in die hoedanigheid het van houten planken getimmerde skelet van een giraf en van een rob of een vis, constructies die de opgezette dieren stevigheid gaven. Het zijn ongeziene, raadselachtige objecten die door een fotograaf gezien en daarom voor ons behouden zijn. Willen van Zoetendaals Springvloed is een afgeleide van precies die activiteit.

Springvloed, Van Zoetendaal & de collectie. Nederlands Fotomuseum Rotterdam. Van 20 mei tm 3 september 2017.