Recensie

Tischbein schildert Goethe

Door Jan Dietvorst, geplaatst op 28 oktober 2018


In 1787 schilderde Johan Tischbein Goethe’s portret, ze verbleven beiden net als veel andere Europese kunstenaars in Rome, de bakermat van de klassieke en classicistische kunst. Goethe was erg over de gelijkenis te spreken, maar het schilderij is veel meer dan de weergave van een gezicht. Het werk is een mythologie van de beroemde Duitse schrijver, afgebeeld als een voorname en wijze beschouwer lijkt hij zich te bezinnen op het volgende meesterwerk dat door zijn aanhang al bij voorbaat zal worden gecanoniseerd.

In Tischbeins Goethe-Bildinis beschrijft Ernst Braches van alle elementen op het schilderij hun herkomst en betekenis en ook hoe deze door de schilder en de dichter, door tijdgenoten en in latere teksten zijn benoemd en becommentarieerd. Goethe’s houding op het schilderij refereert aan Michelangelo’s Adam in de Sixtijnse kapel en aan Diogenes zoals deze door Rafaël in de Stanza della Segnatura in het Vaticaan is geschilderd. De brokstukken waartussen de dichter languit is afgebeeld zijn de resten van de antieke wereld: Egypte, Griekenland, Rome. De Godgelijke kunstenaar ligt in de ‘campagna’ rond Rome, zichtbaar in de verte zijn het bekende grafmonument van Caeciia Metella aan de Via Appia en een deel van het aquaduct Aqua Claudia waarvan een tijdgenoot in 1787 opmerkt: ‘Die Menge und die Festigkeit der ruinirten Aquadukte beweisen noch, wieviel trinkende Wesen auf einem Flecke beisamen wohnten, wohin sie geleitet wurden.

Braches beschrijft aan de hand van bronnen zijn hoed,  zijn schoenen, en het materiaal van Goethe’s witte mantel, maar ook de manier waarop de schilder de draperie in zijn atelier nabootste. Hij vergelijkt het schilderij van 164 x 206 cm – volgens Goethe helaas ‘zu gross für unsere nordischen Wohnungen’ – met de voorstudies en de kopieën ervan, en noemt latere portretten waarbij Tischbeins ontwerp tot model heeft gediend. Het onderzoek van Ernst Braches is grondig, deze levendige beschrijving van de inventaris van Goethe’s beroemdste portret is bovendien rijk geïllustreerd.

Braches schrijft dat de onvolmaaktheid van de anatomie van de dichter in de teksten over het schilderij vaak wordt genoemd: Goethe heeft twee linker voeten, zijn benen zijn veel te lang, vooral het linker. ‘Tischbein hat sie wohl nicht als Fehler gesehen, sonst hätte er sie korriegiert’, zegt Braches.  Hij vervolgt met de opmerking dat het wellicht om een ‘Hyperkorrektheit’ gaat; in 1786 had Tischbein namelijk aanmerkingen op de grote teen van Marius op het schilderij Marius in Minturae van Germain-Jean Drouais die hij krampachtig vond weergegeven, de teen drukte meer in de ondergrond dan dat het lichaamsdeel er op stond.  Het klopt dat Goethe bij Tischbein meer zweeft dan dat hij zit. Als verklaring voor de misvorming voldoet deze vondst in de memoires van Tischbein wellicht niet, maar dat Ernst Braches de teen van Marius opvoert zegt niet alleen iets over het obsessieve van zijn onderzoek maar evenzeer over zijn verbeeldingskracht.

Ernst Braches, Tischbeins Goethe-Bildnis. Een uitgave in de Duitse taal, omslag Hansje van Halem. Uitgeverij De Buitenkant, 2017.