Recensie

UTOPIA, opnieuw gelezen

Door Jan Dietvorst, geplaatst op 12 november 2016

utopia
In Ter verdediging van Utopia betoogt socioloog Merijn Oudencampsen dat de interpretatie van Thomas More’s klassieke tekst door de filosoof Hans Achterhuis, die in ons land sinds de jaren negentig dominant is geweest, achterhaald is en berustte op foutieve veronderstellingen. Oudencampsen pleit voor een herwaardering van Utopia en het utopisch denken. Hij doet dat in het jaar waarin het 500 jaar geleden is dat de canonieke tekst van de Engelse humanist verscheen.

In het eerste deel van zijn boek schetst Oudencampsen de structuur en inhoud van More’s Utopia en geeft hij inzicht in de wijze waarop de tekst kan worden gelezen. Een van zijn bronnen bij dat laatste is de correspondentie van More over het werk. Oudencampsen roemt de tekst om haar satirische en ironisch toon en haar veelvuldig absurdisme. Zijn overtuiging dat het literaire Utopia niet als blauwdruk voor totalitarisme moet worden gelezen plaatst hem tegenover Hans Achterhuis die in Utopia en het corpus van utopische teksten na More voortdurend geweld en onderdrukking als ideaal gepropageerd ziet. Zo noemt Achterhuis bijvoorbeeld het werk van Rousseau ’het met bloed besmeurde wapen dat in de handen van Robespierre het oude regime had vernietigd’. Oldencampsen veronderstelt dat het om een afrekening gaat. Hij citeert Achterhuis: “Het overheersende intellectuele klimaat van de jaren zeventig moet zonder meer als utopisch worden beschouwd’, en voegt daar zelf daar aan toe: ’Met andere woorden, neigend naar totalitarisme.’

In dit ideeënrijke boek maakt Merijn Oudencampsen met overtuiging duidelijk dat de houding van Achterhuis utopisch denken geen recht doet en contraproductief is. Als lezer vraag je je zelfs af of het verschil van inzicht een generatiekwestie is; Achterhuis heeft de Marxisten, Maoïsten en de Nederlandse fanbase van Pol Pot van dichtbij meegemaakt, voor Oudencampsen zijn zij wellicht nauwelijks te begrijpen historische verschijnselen. Oudencampsen stelt:…’ dat het uitbannen van de utopie een belangrijke drijfveer wegneemt voor politieke actie.’ Het leidt volgens hem: ’…tot het einde van de politiek als programma van bevrijding, als belofte van geluk. De belofte wordt vervangen door een politiek die volgens Ranciere ‘geheel in het heden wordt beoefend, met als toekomst niets anders dan een voorzetting van het heden. Betaald, natuurlijk, door de vereiste bezuinigingen en hervormingen”.

Uiteindelijk culmineert dit geschiedkundige, intellectuele essay in een weloverwogen activistisch pamflet. Merijn Oudencampsen: ’De algehele afwijzing van de utopie limiteert onze intellectuele bewegingsruimte en onze democratische verbeeldingskracht’.

Ter verdediging van de Utopie is uitgegeven door Leesmagazijn.