Recensie

Wim Crouwel modernist

Door Jan Dietvorst, geplaatst op 26 januari 2016

huygen-crouwel-2015
In mei 1969 werd in Amsterdam door ontevreden studenten het Maagdenhuis bezet. Ontwerper Wim Crouwel was 41 jaar. Sinds 1963 werkte hij in het door Friso Kramer, Benno Wissing, de broers Paul en Dick Schwartz en hemzelf opgerichte bureau Total Design aan opdrachten voor drukwerk, tentoonstellingen, huisstijlen, meubels en product presentaties van bedrijven. Wim Crouwel was een modernist, een gelovige in de potentie van De Stijl, Bauhaus en de zogenaamde Zwitserse typografie. Kernbegrippen in zijn ontwerppraktijk waren objectiviteit, neutraliteit en dienstbaarheid en het is geen wonder dat juist hij in het tijdperk van demonstrerende studenten en verzet tegen autoriteit, het mikpunt werd van felle kritiek op zijn verondersteld consoliderende opvattingen over het juiste ontwerpen, dat wil zeggen good design.

In de tijd dat hij begin jaren vijftig aan zijn professionele loopbaan begon viel modern als het ware met vooruitstrevend samen. Na Wereldoorlog 2 moest alles weer schoon en nieuw worden, Er was haast met de wederopbouw, ruimte was er feitelijk én in levensbeschouwelijk opzicht te over. Het idee voor een ontwerp bureau – niet te verwarren met een reclamebureau – haalde Crouwel uit Groot Brittanië, het gereedschap en de modellen kwamen vooral uit Zwitserland waar het modernisme ook van 1940 tot 1945 haar gestage ontwikkeling voortzette.

Kunsthistorica Frederike Huygen schetst in haar standaardwerk Wim Crouwel Modernistuitgegeven door Lecturis – uitgebreid zijn wordingsgeschiedenis tot aan de boektitels in zijn kast en het interieur van zijn eigen huis aan toe. Veelzeggend is de foto van zijn slaapkamer in het ouderlijk huis, door Crouwel ingericht en van eigenhandig gemaakt meubilair voorzien. In de volgende levensfase zien wij hem pas getrouwd in een door hemzelf gebouwde en ingerichte woonboot. De fotobiografie is een wezenlijk onderdeel van het boek, omdat op bijna alle foto’s Crouwel in een door hem gecreëerde omgeving is te zien. Soms is het alleen maar zijn met zorg gekozen kleding. Zijn ontwerpambitie blijkt veelomvattend en totaal.

wim-crouwel

Frederike Huygen besteed terecht veel aandacht aan het krachtenveld dat Wim Crouwel met zijn energieke activiteit opwekte en de weerstand die in datzelfde veld ontstond. Iemand die zijn prominente opvattingen niet alleen vertoonde maar deze ook welsprekend kon verwoorden moest vroeg of laat wel het onderwerp van controverse worden. In de roerige sixties & seventies van de vorige eeuw bleek een naam als Total Design volkomen verkeerd gekozen. Zijn voorkeuren voor systemen, rationaliteit, universeel toepasbare ordeningsprincipes en het idee van functioneel en ‘neutraal’ ontwerpen stonden in fel contrast met de individuele vrijheden die met de explosief toegenomen welvaart voor de Homo Ludens in het verschiet lagen. Kort samengevat werd destijds elke autoriteit aangevallen en bestwist: van ministers, politie agenten, bisschoppen, leraren, sergeant majoors, vaders, moeders, werkgevers, blanke mannen en hetero’s.

Grafisch ontwerper en criticus Jan van Toorn wordt geciteerd in het boek: ‘What your approach does is basically confirm existing patterns. This is not serving communication – it is conditioning human behaviour.’ Huygen voegt daar onder meer aan toe dat volgens Van Toorn Crouwel rechts was en uitsluitend de belangen van de kapitalisten diende. Zij schrijft verder: ‘During the discussion the subject of the protests came up. Crouwel was of the opinion that amateurish, home-made banners were completely ineffective – he preferred to see students taking to the streets with well designed banners.’

De opmerking tekent Crouwel, ook in het heetst van de revolutie wilde hij het idee van waardevrije professionaliteit verdedigen en behouden. Op diverse tijdstippen in zijn loopbaan blijkt overigens zijn soevereiniteit en zelfs het vermogen om zich voor het nieuwe open te stellen. Exemplarisch in dat verband is de opname van libertijn, erotomaan en prankster Anthon Beeke in het team van Total Design. Crouwel herkende Beeke’s kwaliteit, maar zonder twijfel ook zijn talent voor provocatie; je vraagt je in dit verband af of Crouwel’s dogmatisme niet zijn vorm van verzet en opstand was.

Helaas zijn de discussies over de vraag of design de wereld kan redden vrijwel verstomd. De markteconomie en het neo-liberalisme zijn inmiddels zelfs tot de moeder/kind relatie doorgedrongen. Wat overblijft is de kwaliteit van de vorm. Want voor alles – modernist, ideoloog, ondernemer, docent, polemist – kan en moet Wim Crouwel toch vooral als een invloedrijke en beeldbepalende estheet gezien worden.

Crouwel

Meer dan honderd pagina’s in het mooi door Lex Reitsma vormgegeven boek – hij gebruikte Crouwel’s lettertype Gridnik medium en Vierkant – zijn gewijd aan zijn werk voor het Stedelijk Museum en nog eens dertig aan drukwerk voor het van Abbemuseum. Van zijn credo van onpersoonlijke ontwerpen en zijn weigering te spreken van esthetiek blijft bij het zien van dit werk weinig over. Crouwel is niet alleen king of cool, maar evenzeer master of beauty. Alle afbeeldingen is het boek verspreiden de frisse lucht van optimisme, geluk, dadendrang en vooruitgang.

En nog is niet alles over Wim Crouwel in dit 464 pagina’s dikke boek gezegd. Want wat is het verhaal bij het 1 op 1 model van een door hem en Rudi Wolf in 1966 ontworpen sportwagen? Zou volgens Crouwel een Morgan Plus Four 1960 het summum van modernisme en dus van de verheffing van de arbeider zijn?