Recensie

David de Poel – De schrijver die over de kip vloog

Door Guus Bauer, geplaatst op 16 oktober 2019


Er zijn schrijvers die eigenlijk steeds weer hetzelfde boek schrijven, of zo men wilt, aan één groot levenswerk sleutelen. Die keer op keer terugkomen bij hetzelfde thema, stukjes tekst hergebruiken, over de jaren heen verschillende versies van gedichten of verhalen maken. En toch krijg je er gewoonweg geen genoeg van, zoals van bijvoorbeeld het werk van de fijne misantroop met aanstekelijke lichte toets Frans Pointl (1933 – 2015), vooral bekend van de bestseller De kip die over de soep vloog. Het is het kleine geluid dat ver draagt. De hospita’s, zijn door de oorlog getraumatiseerde moeder, de kleine man met een onbetekenend baantje en dito liefdesleven. Het jezelf wegcijferen met een Joodse knipoog.

Schrijver David de Poel (1973) raakte gefascineerd door deze aangename zonderling, opperde het schrijven van een biografie en werd van lieverlee vriend, mantelzorger en literair erfgenaam. Tegelijkertijd met de verschijning van het Verzameld Werk van Frans Pointl, toch nog een kloeke duizend pagina’s dik, zag de langverwachte biografie De schrijver die over de soep vloog het licht, heel toepasselijk op 1 oktober, Pointls zelfgekozen sterfdag. Het is een eerbetoon geworden aan een vriendschap, liefdevol geschreven maar beslist niet kritiekloos. De welhaast romaneske vorm is daarbij de grootste troef. Feiten en getallen worden afgewisseld met een persoonlijk verslag van de biograaf over de laatste gemeenschappelijke jaren. Een ‘fusion’ die ervoor zorgt dat er afstand tot het onderwerp is, terwijl tegelijkertijd alle facetten van de persoonlijkheid van Pointl aan bod komen.

De verhaallijnen versterken elkaar en omdat je als lezer de vroegere en de huidige Frans Pointl leert kennen, begrijp je beter waarom hij doet wat hij doet en deed wat hij deed. Het is naast een biografie ook een indringend verslag van de mantelzorg, van de makken van het zorgstelsel, de zware weg van het onvermijdelijke verval, de problematiek rond euthanasie. De Poel sluit stijlmatig goed bij Pointl aan. Deze biografische schets is nergens larmoyant, sentimenteel. Eerder humorvol, laconiek, en daardoor ontroerend. Je hebt een schrijver nodig, om de biografie van een schrijver zo vermakelijk, met een lichte melancholische toon, neer te kunnen zetten.

Het eerste gedeelte van De schrijver die over de kip vloog maakt duidelijk dat de jonge Pointl de verbeelding al inzet om met het leven overweg te kunnen. In die zin legt deze biografische schets ook de ontwikkeling van een schrijverschap bloot. Het boek is bescheiden van omvang, zeer kundig gecomprimeerd, maar tussen de regels door merk je dat er door De Poel enorm veel werk is verzet, er heel zorgvuldig te werk is gegaan. Ook biografisch schrijven is schrappen. Het heeft een heel ingetogen, maar toch rijk boek opgeleverd. Frans Pointl liet maar hoogst zelden iemand toe. Het moet voor de biograaf, voor de mantelzorger moeilijk zijn geweest dat Pointl de vriendschap kenschetste als ‘samenwerking’. Twee mensen die in zekere zin van elkaar afhankelijk waren. De Poel die klusjes voor Pointl deed, die zich af en toe behoorlijk ergerde aan het ‘chagrijn’ van zijn onderwerp, maar die gelijktijdig, als schrijver van de biografie, de vriendschap niet kon opzeggen.

Het moet een bijzonder proces zijn geweest. De biograaf leefde als het ware in de redelijke beperkte biografische werkelijkheid van zijn onderwerp en niets menselijks zal hem daarom vreemd zijn voorgekomen. Ook voor de ‘Pointl-kenner’ zijn er echter toch behoorlijk wat nieuwe zaken die aan het licht komen. Het gesticht voor geestelijk gehandicapten bijvoorbeeld waarin hij tijdens de Tweede Wereldoorlog verbleef, de beslist karaktervreemde goklust die hem na de bestseller overviel. Opmerkelijk is ook dat biograaf De Poel bij toeval – tja, wat is toeval – in hetzelfde huis in Amsterdam-Zuid bleek te wonen als van waaruit een groot gedeelte van Pointls familie is weggevoerd tijdens een razzia. De moeder van Frans Pointl was op dat moment net boodschappen aan het doen. Dichter dan dat kun je als biograaf niet bij je onderwerp komen.

Frans Pointl  was ergens een opportunist, maar toch eentje van wie je dat door zijn kwetsbaarheid met gemak vergaf. Het soort opportunisme dat eerder een vertederende glimlach opriep. In zake publiciteit, met betrekking tot zijn Joodse achtergrond. David de Poel stond heel dicht bij zijn onderwerp, te dicht aldus subsidieverstrekkers. Maar daarmee rekenden ze buiten de kracht van de schrijver als biograaf, als degene bij uitstek die óók uit het vogelperspectief naar het onderwerp kan kijken. David de Poel heeft heel goed geobserveerd en juist, door de hechte relatie en door de lange tijdspanne waarin hij aan het boek heeft gewerkt, dat gevaar goed onderkend en zeer weloverwogen gewikt en gewogen. Dat maakt De schrijver die over de soep vloog tot een waar biografisch, romanesk kunststuk.

Uitgegeven door Nijgh & van Ditmar.

Nieuws

Thomas Meinecke wint prestigieuze Berliner Literaturpreis 2020

Redactie, geplaatst op 15 oktober 2019


De Duitse auteur Thomas Meinecke heeft de prestigieuze Berliner Literaturpreis 2020 gewonnen. Vorig jaar bracht het balanseer de eerste volledige Nederlandse vertaling van hem uit: ‘Helblauw’.

Helblauw‘ is een montageroman. Via dwarsdoorsneden en koppelingen tussen diverse tijdvakken en locaties monteert de auteur zijn encyclopedische materiaalcollectie tot een waar polyfonisch meesterstuk. Centraal in Meineckes werk, en in deze roman in het bijzonder, staat de grensoverschrijding of de verbastering, zowel op talig als op inhoudelijk vlak.

Vertaling uit het Duits (‘Hellblau’, Suhrkamp 2001) door een collectief onder redactie van Arne De Winde. De uitgave van het balanseer was qua vertaling én vormgeving een ware krachttoer. Enkele fragmenten uit het nawoord om dit te verduidelijken:

Door zijn radicale bevraging van genreconventies werd ‘Helblau’ door verschillende critici als een ‘Un-Roman’ gezien. De prangende vraag is dan ook: hoe zo’n niet te situeren on-ding vertalen? Wij zijn van mening dat de radicale meerstemmigheid en -taligheid van Meineckes montageroman een al even radicale vertaalslag vereist. Daarom stelden we een collectief van 50 vertalers samen die elk enkele fragmenten naar keuze voor hun rekening namen, wat resulteerde in een caleidoscopisch 300-delig geheel. Deze vertaalstrategie bewaart niet alleen de polyfonie van de ‘brontekst’, maar drijft ze ook op. Daarbij aansluitend reveleert ze des te meer hoe vertalen een literaire act is, onlosmakelijk verbonden met een hoogsteigen stemgeluid.

Hybridisering is niet alleen een stilistisch procedé bij Meinecke, maar ook een inhoudelijk gravitatiecentrum. De roman draait immers in grote mate rond identiteit als een fluïde socioculturele constructie – en alle afweermechanismen die dit inzicht willen afblokken. Men zou kunnen denken dat dit toch een typisch postmoderne thematiek is, maar de originaliteit en radicaliteit van ‘Hellblau’ zit hem in de voortdurende kortsluiting tussen verschillende velden: antisemitisme, racisme, gender, mode, maskerade/travestie, techno- en jazzcultuur, oorlogsvoering etc. (…)

Gestage verbastering is ook de dynamiek die het grafisch ontwerp van dit boek stuurt. Het lettertype, dat we normaliter als een vaststaande en transparante identiteit beschouwen, wordt hier op losse schroeven gezet. Over een spanne van bijna 400 pagina’s transformeert het font van een klassieke schreefletter (Goudy Old Style) naar een gebroken schrift (Goudy Text). Er zitten in totaal 4 x 3 x 666 lettertypes in het boek, 7992 mengvormen. Onverhoeds wordt zo ook de typografie een beladen narratief, dat niet ophoudt met versmachtend woekeren.

Thomas Meinecke (1955) was mede-uitgever en redacteur van het avant-garde tijdschrift ‘Mode & Verzweiflung’ en in de jaren tachtig schreef hij columns voor Die Zeit. Hij publiceerde kortverhalen en tal van romans bij Suhrkamp Verlag. Zijn werk is verschillende keren bekroond. Hij is tevens muzikant, songwriter en dj.

Nieuwe uitgave

Wonderboom

Redactie, geplaatst op 13 oktober 2019


Magriet Vos moet vluchten. Ze is violiste en woont in een post-apocalyptisch Zuid-Afrika dat op de rand van chaos staat. Magriet speelt geregeld voor de West-Kaapse tiran Albino X. Ze vreest dat ze haar leven niet zeker is als Albino X haar toenemende geheugenverlies ontdekt.

Ze vertrekt in het geheim naar haar geboorteplaats, vijftienhonderd kilometer naar het noorden. Magriet Vos wil naar haar roots, voordat ze vergeet wie ze is. Haar leven kent ze dankzij haar dagboek en foto’s, die ze als een kostbare schat in haar vioolkist bewaart. En door de vage herinneringen die bepaalde plekken of landschappen oproepen. Wie ‘Wonderboom’ leest, reist met Magriet Vos mee in een zoektocht naar haar individuele en collectieve geschiedenis en is getuige van een uniek Zuid-Afrika.

‘Magriets reis is een metafoor voor de dagelijkse angsten van menige Zuid-Afrikaan. […] ongetwijfeld een van de veelbelovendste en opwindendste debuten die ik in lange tijd heb gelezen.’ – Netwerk24

Lien Botha schept een toekomstbeeld van het land aan de hand van historische gebeurtenissen – de Marikana-slachting, de apartheid, de Boerenoorlog, de VOC – en via talloze verwijzingen naar herkenbare Zuid-Afrikaanse namen: van schrijvers en schilders als Anna M. Louw en Hendrik Pierneef tot de rapper Yolandi Visser van Die Antwoord.

‘Wonderboom’ is uit het Afrikaans vertaald door Robert Dorsman en verschenen bij Uitgeverij Zirimiri Press.

Nieuwe uitgave

Rembrandt–Velázquez. Nederlandse en Spaanse meesters

Redactie, geplaatst op 11 oktober 2019


Rembrandt–Velázquez. Nederlandse en Spaanse meesters‘ presenteert topstukken van de twee grote meesters uit de 17de eeuw uit Nederland en Spanje. Uitgegeven door Nai010 Uitgevers, ter gelegenheid van o.a. het Jaar van Rembrandt 2019.

Werken van Rembrandt en Velázquez worden gepresenteerd in een context van tijd- en landgenoten, met spectaculaire werken van onder anderen Zurbarán, Vermeer, Murillo, Hals, Valdés Leal, Torrentius en Ribera. ‘Rembrandt–Velázquez’ gaat vooral over thema’s als religie en realisme, schoonheid en emotie, waarbij de Spaanse en Nederlandse meesterwerken in paren worden gepresenteerd en zo met elkaar in dialoog gaan.

In zijn essay zoekt Hans den Hartog Jager naar de verschillen én de overeenkomsten tussen twee van de grootste schilders aller tijden – en komt daarbij tot een verrassende conclusie. Cees Nooteboom neemt de lezer mee in zijn herinneringen aan Spanje en in zijn overpeinzingen over de geschiedenis en de kunst van het land dat hij zijn tweede vaderland heeft genoemd.

Gregor J.M. Weber is hoofd van de afdeling Beeldende Kunst van het Rijksmuseum. Hans den Hartog Jager is kunstcriticus, auteur en curator. Cees Nooteboom is schrijver en woont afwisselend in Nederland en Spanje. Irma Boom tekende voor het ontwerp.

Het boek ‘Rembrandt–Velázquez. Nederlandse en Spaanse meesters’ verschijnt bij Nai010 Uitgevers ter gelegenheid van het Jaar van Rembrandt 2019 en 200-jarig jubileum van het Museo del Prado in Madrid. Van 11 oktober 2019 t/m 19 januari 2020 is in het Rijksmuseum Amsterdam de tentoonstelling ‘Rembrandt – Velazquéz. Nederlandse en Spaanse Meesters’ te zien. Topstukken voor het eerst samengebracht dankzij de unieke samenwerking tussen het Museo del Prado in Madrid en het Rijksmuseum.