Nieuwe uitgave

‘Het gaat om heel eenvoudige dingen’: Jean Leering en de kunst

Redactie, geplaatst op 22 juni 2018


Amper dertig jaar was Jean Leering (1934-2005) toen hij benoemd werd tot directeur van het Van Abbemuseum. De opvolger van Edy de Wilde maakte van het Van Abbe een spraakmakend museum, waar de erfenis van Theo van Doesburg, László Moholy-Nagy en El Lissitzky werd verknoopt met de nieuwste kunst van de jaren zestig en zeventig.
Als eerste haalde Leering kunstenaars als Robert Morris, Donald Judd, Christo, Bruce Nauman en Joseph Beuys naar Nederland. Hij organiseerde exposities over minimal art, seriële kunst en lichtkunst die internationaal de aandacht trokken.
De bewonderde tentoonstellingmaker – opgeleid als bouwkundig ingenieur – schrok niet terug voor ferme uitspraken. Het museum? Dat was onderdeel van de preventieve geestelijke gezondheidszorg, een instrument voor emancipatie, een kritisch beeldinstituut dat kon bijdragen aan de vorming van de publieke opinie. Met geëngageerde tentoonstellingen als ‘De Straat’, ‘Cityplan Eindhoven’ en ‘Bouwen ’20-’40’ zou het van Abbe de toon zetten voor een generatie jonge curatoren in de eenentwintigste eeuw.

Leering was een activist van de geest wiens ideeën soms op felle tegenstand stuitten. Met zijn vaste vormgever Jan van Toorn zette hij vraagtekens bij de status van het museum als onbetwiste autoriteit. De vraagtekens werden uitroeptekens toen Leering ontslag nam om leiding te geven aan de nieuwe koers van het Tropenmuseum (1973-1975) in Amsterdam.

Tentoonstellingen, vond Leering, dienden inzicht te geven in hoe de wereld in elkaar stak. Hoe de wereld verkeerd in elkaar stak, soms. En wat daar aan gedaan kon worden. Want een museum dat zijn werkzaamheid alleen tot het netvlies wilde beperken, was een half museum.

Over hoe dat museum eruit had kunnen zien, gaat dit boek. Over de kijker tegenover het kunstwerk en de band tussen kunst en samenleving. Met Heidegger, Merleau-Ponty en Foucault waakzaam in de coulissen.

Auteur: Paul Kempers
ISBN 978-94-92095-07-7
paperback | 336 pagina’s
23,5 x 16,5 cm (staand)

Dit boek is te verkrijgen via deze webpagina van uitgeverij Valiz.

Recensie

Afval in overdrachtelijke zin

Jan Dietvorst, geplaatst op 20 juni 2018

Afval, ons leven is er vol van. En de Gemeentelijk Stadsreiniging is dagelijks bezig om het op te ruimen, dat wil zeggen er voor te zorgen dat ons afval zo min mogelijk is te zien. Het zit in ondoorzichtige grijze vuilniszakken, in zwarte en groene plastic containers, in verzamelplaatsen onder de grond. Op de een of andere manier is het belangrijk dat het aan het zicht onttrokken wordt, want afval is wanorde, afval is een beeld van gevaarlijke anarchie.

Met foto’s van afval heeft Jos Houweling honderden collages gemaakt, ze zijn gebundeld in zijn boek Afval Stillevens dat onlangs door uitgeverij Voetnoot is gepubliceerd. De rangschikking is typologisch, op kleur, op vorm, op vindplaats. Kapotte gipsplaat bij verroest betonijzer. Afvoerputjes bij ronde wasteilen. Peuken bij bleke kauwgom op straat. Hij gaat de straat op om te fotograferen, de maker is een zekere zin een verzamelaar. In de psychiatrie wordt van verzamelaars gezegd dat ze te weinig moederliefde hebben gehad.

Wie de maker van dit boek is, dat is één kant van de zaak. De andere is welke filosofie of cultuurkritiek hij aan de samenleving wilde opbaren. De maker moet iemand zijn met een speciaal zintuig voor obstructie en mislukking. Een kenmerk van afval is dat iets ‘op’ is, maar vaak ook dat het ‘kapot’ is. Leven = falen, zegt deze profeet. En dat steeds weer opnieuw, de reeksen van beelden zijn eindeloos. Je vraagt je af of de maker wellicht ooit een geloof heeft gehad en daar van afgevallen is.

De atmosfeer van ‘uitverkoop’ die heerst op deze tweehonderd pagina’s ook. Het afgebeelde voedsel oogt verdacht goedkoop, het kinderspeelgoed is tweedehands en zonder uitzondering lelijk. De mensen maken blijkbaar uit gemakzucht bij voorkeur andere dingen na en daar proberen ze dan zo snel mogelijk weer van af te komen. Friedrich Nietzsche noemde mens een ‘wensmachine’. Dit kan doorgaan voor de economische/ecologische lezing van Jos Houwelings Afval Stillevens.

De strijd tegen afval is hopeloos, de maker van dit boek heeft daarom besloten afval als gek en absurd te omarmen. In zijn tableaux ziet hij vaak van zijn zelfgemaakte regels – soort bij soort – af en het resultaat is surrealisme en DADA. Pure burgerschrik zijn zes pagina’s dichtbedrukt met verwensingen: ‘Jij hebt rotzooi in je hoofd en een rattenkarakter’ en ‘ ‘Jij bent lelijker geworden’. Deze pagina’s zijn de laatste in het boek, de auteur voegt daarmee als het ware een maatschappelijke dimensie aan zijn inventaris van afval toe. Als epiloog van dit opwekkende en buitengewone boek is het gescheld enigszins verontrustend. Afval? Zijn wij het zelf?

—————————————
Dit boek is te verkrijgen via deze pagina van uitgeverij Voetnoot.

 

Nieuwe uitgave

Wat goed om Daniel Bănulescu te zijn

Redactie, geplaatst op 18 juni 2018


In 2013 was de Roemeen Daniel Banulescu een van de dichters van het 44ste Poetry International Festival Rotterdam. Jan H. Mysjkin selecteerde en vertaalde nu een dwarsdoorsnede door de bundels ‘De dag waarop ik werd gepubliceerd’ (1987), ‘Ik zal je liefhebben tot het eind van het bed’ (1993), ‘De ballade van Daniel Banulescu’ (1997) en ‘Daniel, van het gebed’ (2002).

Daniel Banulescu: ‘Zoals de reddingsbrigade, redt poëzie levens. Poëzie kan het leven van de auteur of dat van de lezer redden. Poëzie is een remedie tegen wanhoop. Maar het is een menselijke remedie. Dus komt het meer voor dat ze niet redt dan wel. Poëzie kan ook een gezette, dronken badmeester zijn die zelf een redder nodig heeft om te overleven. Je moet geen idool van de poëzie maken. Poëzie is gewoon mijn beschonken lerares levitatie.’

Vertaling: Jan H. Mysjkin
88 pagina’s
ISBN 978 90 78627 49 4
Prijs: € 19,95

Dit boek is onder andere te verkijgen op deze webpagina van Uitgeverij Vleugels.

Nieuwe uitgave

Aurélie Valognes – Hard tegen Hard

Redactie, geplaatst op 17 juni 2018


Ferdinand Brun is een nare oude man. Zijn vrouw heeft hem verlaten, hij heeft geen contact meer met zijn dochter en kleinzoon en maakt het leven van zijn buren in het appartementengebouw waar hij woont behoorlijk zuur. Het enige levende wezen dat hij om zich heen kan verdragen is zijn hond Daisy. Maar als Daisy verdwijnt en Ferdinand te horen krijgt dat hij zal moeten verhuizen naar een bejaardentehuis, breekt hij. Het zijn net zijn buren, de 10-jarige flapuit Juliette en de pittige oude dame Beatrice, die hem doen inzien dat het leven een stuk mooier wordt met mensen om je heen. En dat het nooit te laat is om je familie écht te leren kennen.

Auteur Aurélie Valognes
Vertaald vanuit het Frans
ISBN 9789492958198
224 Pagina’s
Formaat 210 x 135 x 22 mm
Prijs: € 19,99

Dit boek is te verkrijgen via deze webpagina van uitgeverij Horizon.