Recensie

De man in de straat

Door Jan Dietvorst, geplaatst op 21 februari 2019

Het was zomerdag.
De doodstille straat lag
Te blakeren in de zon.
Een man kwam de hoek om.

Zo begint het beroemde gedicht Het Uur U van Martinus Nijhoff. In lezen wat er staat / Het magisch realisme van ‘Awater’ en ‘Het Uur U’ van Ernst Braches worden alle 476 regels van het laatste en de 273 van het eerste gedicht besproken. Maar Het Uur U begint voor de degelijke Braches nog eerder. Met de titel namelijk. Gevolgd door de mededeling: Een gedicht (1936) en Voor St.Storm. Close reader Brachus laat geen detail liggen en bespreekt ze allemaal.

Het was zomerdag, zegt Braches, een prachtige dag en niets aan de hand. Maar de straat ligt ‘levenloos’ en ‘verschroeid’. Geen teken van leven, de straat is ‘doods’. In 1944 schrijft Nijhoff aan een lerares Nederlands die hem om uitleg vraagt:’ ‘De straat’ is het beeld onzer gegoede maatschappij. Men is uit gemakzucht, onmacht of ijdelheid straatbewoner geworden in plaats van levend mens te blijven’. Braches voegt daar aan toe dat Nijhoffs kunstenaarschap een reactie is op de burgerlijke samenleving die het aan levenskracht en innerlijke diepgang ontbreekt.

Braches citeert voor zijn interpretaties en commentaren uit teksten van Nijhoff, uit memoires van zijn vriendenkring, uit gewone en etymologische woordenboeken. Hij licht dichterlijke zegswijzen toe met spreekwoorden, sprookjes, beeldspraak en met Christelijke en andere symboliek. Uit kladversies achterhaalt hij eerdere formuleringen, als referentie komen andere gedichten van Nijhoff langs maar ook die van Shakespeare, Robert Browning en Maurice Gilliams. En zo wordt ‘de magische werkelijkheid’ van deze gedichten regel na regel onthuld. Als lezer verveel je je geen moment en belangrijker nog, de gedichten verliezen niets van hun transcendente werking.

De mededeling in de aanbeveling van de uitgever dat er over deze klassieke en monumentale gedichten ‘ontzettend veel is gepraat maar weinig wezenlijks gezegd’ is wellicht overdreven. Ernst Braches citeert namelijk ook uit commentaren van Lulofs, Meeuwesse, Kazemier en Wenseleers. Genoemde geleerden schrijven echter niet met de vrijheid van de gretige liefhebber Ernst Braches, wellicht omdat zij binnen ‘academia’ opereren. Het neemt niet weg dat emeritus hoogleraar boekgeschiedenis Ernst Braches naast zijn enthousiasme ook zijn kwalificaties  heeft.

Ernst Braches becommentarieerde onlangs ook Tod in Venedig van Thomas Mann. Het meer dan 1000 pagina’s tellende boek is net al het fraai vormgegeven Lezen wat er staat uitgegeven door De Buitenkant te Amsterdam.

ISBN 978 94 90913 87 8 | 152 pagina’s | €25,- | Bantammerreeks nummer 12.