Recensie

Louis Paul Boon, gemankeerd cineast

Door Jan Hiddink, geplaatst op 30 september 2013

geboorte van boontje omslag

Als Willem Ottenspeer eindelijk eens de biografie van W.F. Hermans weet af te ronden, is het te hopen dat er ruimschoots aandacht zal zijn voor Hermans’  bijna levenslange, obsessieve verslaving aan de sigaret.

Zoals Hella Haasse al zei: Hermans was een gepassioneerde roker –en het heeft er alle schijn van dat teer en nicotine tot de belangrijkste bouwstenen van zijn schrijverschap hebben behoord. Maar of Ottenspeer daarmee uit de voeten kan mag de vraag heten. Het is immers allemaal in rook opgegaan. We kunnen er slechts naar gissen.

Een soortgelijke gedachte dringt zich op bij het lezen van een klein, maar uitzonderlijk informatief boekje, waarin wordt betoogd dat het schrijverschap van de Vlaamse schrijver Louis Paul Boon in verregaande mate door de vroege cinema is beïnvloedt.

Boon, wiens honderdste geboortejaar is 2012 wordt herdacht, maakt de vroege dagen van de cinema van dichtbij mee. Eerst als kleine jongen, die rond 1920 werd meegenomen naar filmvoorstellingen die als een vorm van kermisvermaak het toenmalige publiek naar adem deed happen. Cinema stond destijds voor ongekend, intens schokkend vermaak. De operateur draaide doodleuk een film achterstevoren. De zogenaamd stille film werd in de regel begeleid door een kakafonie van levende muziek, gebrul, geschreeuw, gelach. Men deinsde niet terug de bezoekers aan het schrikken te maken op manieren waarbij ook nu nog een zwak gestel aan een attaque ten prooi zou vallen.

Geen wonder dat dit op de jonge Boon grote indruk heeft gemaakt.  Louis-Paul Boon werd een kind van de cinema. Hij bewonderde de avantgarde cinema van Walter Ruttman en zag in Charlie Chaplin een vervolmaking van vertelkunst en filmkunde.

boontje binnenwerk

Leidde dit nu ook tot De geboorte van Boontje, zoals de titel van het werk van drie kundige academici luidt? Het blijft de vraag. Er zijn uitspraken van Boon waarin hij ernaar hint een gemankeerde filmmaker te zijn. Boon die ging schrijven omdat het maken van film buiten zijn geldelijke bereik lag. Boon ook, die wilde schrijven met het ritme en de montagekunst van de moderne filmtechniek. Het zijn dankbare aanknooppunten. Maar de schrijver en de regisseur, ze hebben een heel verschillend ambacht, hoezeer ze ook elkaar kunnen waarderen. Het schrijverschap van Hermans had er zonder de sigaret anders uitgezien, en mogelijk zelfs niet bestaan. Voor het schrijverschap van Boon en cinema geldt mogelijk hetzelfde. Maar het blijft een dankbare slag in de lucht –niet meer, niet minder.

Titel: De geboorte van Boontje
Auteurs: Annie van de Oever, Bart Nuyens en Ernst Bruinsma
Vormgeving: Piet Gerards
Uitgever: Huis Clos